Vraag & antwoord

Waarom moeten er op EU-niveau maatregelen worden genomen tegen kunststoffen voor eenmalig gebruik?

Er zijn een aantal redenen om maatregelen te nemen tegen producten van kunststof voor eenmalig gebruik:

  • Het is een milieukwestie. Zwerfvuil op zee is een groot probleem in Europa en draagt bij aan de vervuiling van het mariene milieu. Ook kost het de maatschappij geld, van kosten voor het schoonmaken van stranden en gevolgen voor het toerisme tot mogelijke gezondheidsbedreigingen. Het gaat hierbij zowel om particuliere als om publieke kosten. Daarom is het nodig om kunststoffen voor eenmalig gebruik aan te pakken. Ze worden vaak snel weggegooid, niet goed ingezameld en zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor meer dan de helft van het zwerfvuil op zee.
  • Het is een probleem van de eengemaakte markt, aangezien steeds meer lidstaten of lokale autoriteiten individuele maatregelen nemen om verschillende soorten kunststof voor eenmalig gebruik uit te bannen, en volksbewegingen proberen het gebruik van bepaalde soorten producten te verminderen. Versnippering vormt een reëel risico en er moet een gelijk speelveld zijn.
  • Het is een economische kans om te innoveren en de schadelijkste kunststoffen voor eenmalig gebruik te vervangen door innovatieve producten of bedrijfsmodellen  — bijvoorbeeld door voort te bouwen op de koploperspositie van de EU in de bio-economie of door programma's voor inname en hergebruik op te zetten, waarbij lokale banen worden gecreëerd. Deze wetgeving biedt de duidelijkheid en schaalvoordelen die nodig zijn voor investeringen en innovatie in de eengemaakte markt.
  • Het wordt ondersteund door burgers. EU-burgers zijn zich bewust van het probleem en willen maatregelen. Volgens een recente Eurobarometer-enquête maakt 87 % van de Europeanen zich zorgen over de gevolgen van kunststoffen voor het milieu en 74 % over de gevolgen voor hun gezondheid. 94 % vindt dat er producten moeten worden ontworpen die recycling makkelijker maken; eenzelfde percentage vindt dat industrieën en winkeliers moeten proberen kunststofverpakkingen te beperken.

Waarom heeft de Commissie een nieuwe richtlijn voorgesteld om zwerfvuil op zee tegen te gaan?

Meer dan 80 % van het zwerfvuil op zee bestaat uit kunststof. De Europese Commissie heeft nieuwe, EU-brede regels voorgesteld die gericht zijn op de tien producten van kunststof voor eenmalig gebruik die het vaakst op de Europese stranden en zeeën worden aangetroffen, evenals op verloren en achtergelaten vistuig. Deze producten vormen het grootste deel van het probleem. Samen zijn ze verantwoordelijk voor 70 % van al het zwerfvuil op zee.

Om dit probleem aan te pakken, heeft de Commissie een uitgebreide reeks maatregelen voorgesteld. De richtlijn voor kunststoffen voor eenmalig gebruik vormt een integraal onderdeel van een bredere aanpak die in de kunststofstrategie is aangekondigd, en is een belangrijk element van het actieplan voor de circulaire economie. Door middel van dit voorstel komt Europa haar verbintenissen op globaal niveau na om Europees zwerfvuil op zee aan te pakken.

Wat is het gevolg van deze richtlijn voor het zwerfvuil op zee?

Met de invoering van dit voorstel wordt ernaar gestreefd om afval van de genoemde tien producten van kunststof voor eenmalig gebruik met meer dan de helft te verminderen en zo milieuschade te voorkomen die anders in 2030 223 miljard EUR zou kosten. Ook wordt zo de uitstoot van 3,4 miljoen ton CO2-equivalent tegen 2030 voorkomen.

Bovendien heeft dit voorstel economische voordelen; het vervangen van producten van kunststof voor eenmalig gebruik door innovatieve alternatieven kan tot 30 000 banen creëren, waarbij wordt voortgebouwd op de koploperspositie van de EU in de bio-economie.

Wat zijn de belangrijkste elementen van het voorstel van de Commissie?

Met dit initiatief wordt de top tien van producten van kunststof voor eenmalig gebruik die op stranden in de EU worden aangetroffen rechtstreeks aangepakt, evenals achtergelaten, verloren en weggegooid vistuig  — dat samen verantwoordelijk is voor 70 % van al het zwerfvuil op zee. Met het voorstel wordt het probleem bij de basis aangepakt. Dat betekent dat er wordt gekeken naar hoe deze producten worden geproduceerd, gedistribueerd en gebruikt door bedrijven en consumenten, hoe ze worden afgedankt en hoe sommige ervan op stranden en in zeeën en oceanen terechtkomen.

De volgende reeksen maatregelen worden voorgesteld:

  • een verbod op kunststof delen, of elementen met kunststof delen, in bepaalde producten, zoals wattenstaafjes, bestek, borden, rietjes, roerstaafjes en ballonstokjes. Die mogen straks alleen nog maar van duurzamere materialen worden gemaakt ;
  • doelen voor het verminderen van het gebruik: lidstaten moeten het gebruik van plastic voedselverpakkingen en drinkbekers beperken ;
  • verplichtingen voor producenten : zij moeten helpen de kosten van afvalbeheer en schoonmaak te dekken, evenals die voor maatregelen om het bewustzijn met betrekking tot producten van kunststof voor eenmalig gebruik te vergroten ;
  • inzamelingsdoelen: lidstaten worden verplicht om in 2025 90 % van de kunststof drinkflessen voor eenmalig gebruik in te zamelen, bijvoorbeeld door middel van statiegeldprogramma's ;
  • etiketteringsvereisten: voor bepaalde producten wordt een etiket verplicht waarop wordt aangegeven hoe het afval moet worden weggegooid, welke gevolgen het product voor het milieu heeft en dat er kunststof in de producten is verwerkt ;
  • maatregelen om het bewustzijn te vergroten: lidstaten worden verplicht om het bewustzijn onder consumenten over de gevolgen van het gebruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik en vistuig te vergroten, en over de systemen voor hergebruik en opties voor afvalbeheer voor al deze producten.

Voorstel voor een richtlijn betreffende kunststoffen voor eenmalig gebruik: belangrijkste documenten

Hoe heeft de Commissie de beoogde producten geïdentificeerd?

Het voorstel is gericht op de tien producten van kunststof voor eenmalig gebruik die het meest worden aangetroffen op Europese stranden en die samen 86 % van alle producten van kunststof voor eenmalig gebruik op de stranden uitmaken, en ongeveer de helft van al het kunststof zwerfvuil op zee.

Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie heeft de gegevens verzameld en verwerkt voor de invoering van de kaderrichtlijn mariene strategie en bouwt voort op werk van de vier regionale zeeverdragen en een technische groep over zeeafval. Er is in 2016 een representatieve steekproef gedaan op 276  stranden in 17  EU-lidstaten en vier regionale zeeën. De 355 671 aangetroffen producten werden gerangschikt op hoeveelheid. In de resultaten is rekening gehouden met andere monitoringactiviteiten. De conclusie luidde dat de top tien van de meest aangetroffen producten in de loop van de jaren en in alle verschillende regionale zeeën stabiel is.

Welke tien producten zijn gekozen?

De kunststof producten waarop de Commissie zich concentreert, zijn wattenstaafjes, bestek (inclusief borden, rietjes en roerstaafjes), ballonnen en ballonstokjes, voedselverpakkingen, drinkbekers (inclusief de deksels daarvan), flessen en drinkverpakkingen, sigarettenpeuken, tasjes, chipszakken en snoeppapiertjes, vochtige doekjes en sanitaire producten, en vistuig.

Wat is de juridische context van het voorstel?

Het pakket voor de circulaire economie uit 2015 bevat voorstellen om de EU-afvalwetgeving te moderniseren. Hierover werd in december 2017 overeenstemming bereikt tussen de instellingen. In de nieuwe wetgeving zijn algemene bepalingen opgenomen over afvalpreventie en zeeafval.

Op 16  januari 2018 nam de Commissie de „Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie” aan, waarin wordt erkend dat zeeafval een probleem blijft en dat kunststof een aanzienlijke bron van vervuiling vormt. In het actieplan uit de strategie wordt bevestigd dat er onderzoek zal worden gedaan naar aanvullende maatregelen voor vistuig, zoals uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en/of statiegeldprogramma's.

De controleverordening voor gemeenschappelijk visserijbeleid omvat maatregelen voor het inzamelen en melden van verloren vistuig, evenals de verplichting om vistuig te markeren. Het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij ( EFMZV) stelt lidstaten in staat om het inzamelen van zeeafval financieel te ondersteunen en om te investeren in havenvoorzieningen voor afvalinzameling.

Het wetsvoorstel van de Commissie uit 2018 inzake havenontvangstvoorzieningen omvat maatregelen om ervoor te zorgen dat afval dat op schepen wordt gegenereerd of op zee wordt verzameld, terug aan land wordt gebracht en op passende wijze wordt beheerd. In het wetsvoorstel wordt uitdrukkelijk verwezen naar de overweging van de Commissie over verdere maatregelen voor vistuig. Op 30  mei 2018 nam de Commissie een voorstel aan voor de beoordeling van het visserijcontrolesysteem. Het voorstel moet de regels voor het melden van verloren vistuig verbeteren, bijvoorbeeld door middel van de invoering van rapportage, en voor het terughalen ervan.

Wat is de publieke context van het voorstel?

Het grote publiek is gevoelig voor de invloed van kunststoffen op het milieu. Uit Eurobarometer-enquêtes bleek dat Europese burgers zich zorgen maken over de gevolgen van dagelijkse kunststofproducten voor hun gezondheid (74 %) en voor het milieu (87 %).

Documentaires als A  Plastic Ocean of Blue Planet  II van de BBC hebben de omvang van dit wereldwijde probleem bij een breder publiek onder de aandacht gebracht. 33 % van de Europeanen noemde zeevervuiling als het belangrijkste milieuprobleem.

De invoering van de richtlijn over plastic tasjes laat zien dat beperkende maatregelen direct resultaten kunnen opleveren die door het publiek worden geaccepteerd. Uit de invoering ervan blijkt dat zelfs geringe heffingen op plastic tasjes (rond 0,10 EUR) in korte tijd kunnen leiden tot een aanzienlijke vermindering van het gebruik. In Ierland leidde de invoering van een belasting op plastic winkeltasjes niet alleen tot een vermindering van 90 % van het aantal plastic tassen dat in winkels wordt verstrekt, maar ook tot een opvallende afname van het aantal tasjes dat op stranden wordt aangetroffen: van een gemiddelde van 18 plastic tasjes per 500 meter in 1999 tot 5 in 2003.

In de openbare raadpleging, die tussen december 2017 en februari 2018 plaatsvond, werd meer dan 1 800 keer gereageerd. Hieruit bleek dat zowel het bredere publiek als belanghebbenden zich ervan bewust zijn dat er actie moet worden ondernomen tegen kunststoffen voor eenmalig gebruik. 98,5 % van de respondenten vindt dat er maatregelen tegen zeeafval van kunststoffen voor eenmalig gebruik „nodig” zijn, en 95 % vindt ze „nodig en urgent”. Meer dan 70 % van de producenten en meer dan 80 % van de merken en recyclers vinden maatregelen „nodig en urgent”. Juridische duidelijkheid en investeringszekerheid in een verenigde, eengemaakte markt zijn van essentieel belang voor alle bedrijven die betrokken zijn bij de waardeketen voor kunststoffen.

Ik ben producent van kunststoffen voor eenmalig gebruik. Moet ik gaan betalen voor schoonmaak- en recyclingkosten?

Door middel van programma's voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt de aansprakelijkheid voor de gebruikte materialen bij de producenten gelegd door ze financieel en milieutechnisch verantwoordelijk te maken voor het opruimen van hun producten na gebruik. De regelingen voor verpakkingen zijn al ingeburgerd en de producenten zijn bereid een bijdrage te leveren. Met de EU-afvalwetgeving die in mei 2018 werd aangenomen, wordt uitgebreide producentenverantwoordelijkheid verplicht voor alle verpakkingsmaterialen. Deze programma's voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid kunnen ook kosten voor het opruimen van afval omvatten.

Producenten zijn verantwoordelijk om bij te dragen aan schoonmaak- en recyclingkosten, aangezien ze met hun productiemethoden bijdragen aan de bron van het probleem. Momenteel worden de kosten voor afval van producten van kunststof voor eenmalig gebruik betaald door de publieke sector — en uiteindelijk door de belastingbetaler  — maar ook door andere private partijen, zoals de toerisme- en visserijbranches, die veel te lijden hebben onder zeeafval.

Wat verandert er voor vistuig waar kunststof in zit?

Achtergelaten, verloren of weggegooid vistuig vertegenwoordigt ongeveer 27 % van het zeeafval . Dat staat gelijk aan meer dan 11 000 ton per jaar. Vistuig is ontworpen om vis te vangen en blijft dat ook doen als het verloren raakt („spookvisserij”), wat uitzonderlijke schade veroorzaakt aan het mariene milieu. Het kunststof dat voor vistuig wordt gebruikt, kan heel goed worden hergebruikt, maar de huidige recyclingmarkt is klein en vooral heel lokaal.

Met dit voorstel wordt geprobeerd „de cirkel rond te krijgen” voor vistuig, door een programma in te voeren voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor tuig met kunststof. Zodra het kunststof vistuig aan land is gekomen, moet het worden verwerkt door de producenten van de kunststof vistuigonderdelen, en niet door de havens. Het programma voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is niet van toepassing op vissers en ambachtelijke tuigmakers die kunststof gebruiken.

Wordt met dit voorstel de uitdaging van microplastic aangepakt?

Een groot deel van het microplastic in onze oceanen is het gevolg van versnippering van grotere stukken kunststof. Het verminderen van de hoeveelheid kunststofafval zal dus ook de aanwezigheid van microplastic verminderen.

Bepaalde soorten microplastic worden bewust aan producten toegevoegd (bijvoorbeeld in cosmetica, verf of wasmiddelen). De Commissie werkt afzonderlijk aan de beperking van dit probleem en heeft het Europees Agentschap voor chemische stoffen gevraagd de wetenschappelijke basis voor een mogelijke beperking te onderzoeken.

Andere soorten microplastic komen in de oceaan terecht als gevolg van productgebruik (bijvoorbeeld stof door slijtage van banden of door het wassen van textiel) of van primaire kunststofproductie (bijvoorbeeld doordat er in de preproductie kunststofkorrels worden gemorst). De Commissie pakt dit type vervuiling aan met behulp van methoden om de hoeveelheden vrijgekomen microplastic te meten, een betere etikettering, mogelijke regelgevende maatregelen en een betere opvang tijdens de behandeling van afvalwater.

Heeft er een openbare raadgeving plaatsgevonden voorafgaand aan de ontwikkeling van het initiatief?

Ja. In lijn met de vereisten voor betere regelgeving zijn, in voorbereiding op het voorstel raadplegingen van belanghebbenden, een open publieke raadpleging en grondige effectbeoordelingen uitgevoerd. In de openbare raadpleging tussen december 2017 en februari 2018 was 95 % van de respondenten het ermee eens dat maatregelen om kunststoffen voor eenmalig gebruik tegen te gaan, zowel nodig als urgent zijn, en was 79 % van mening dat deze maatregelen op EU-niveau moesten worden getroffen om effectief te zijn. Ook 70 % van de producenten en meer dan 80 % van de merken antwoordden dat maatregelen nodig en urgent zijn. 72 % van hen heeft het gebruik van plastic tasjes teruggebracht, waarvan 38 % in het afgelopen jaar.

Wat zijn de volgende stappen voor het voorstel?

De voorstellen van de Commissie gaan nu voor goedkeuring naar het Europees Parlement en de Raad. De Commissie spoort de andere instellingen aan om dit als een prioriteitsdossier te behandelen en om vóór de verkiezingen van mei 2019 met tastbare resultaten te komen voor de Europeanen.

Op wie is de campagne „Kunststoffen voor eenmalig gebruik” gericht?

De campagne is gericht op consumenten die zich bewust zijn van de gevolgen van kunststof afval en zwerfvuil op zee. Ze maken zich zorgen over de omvang van het probleem, maar hebben deze kennis nog niet vertaald naar hun dagelijkse keuzes. Het doel van de campagne is om duurzame alternatieven voor kunststoffen voor eenmalig gebruik te promoten door deelnemers uit te nodigen actie te ondernemen en hun relatie met kunststoffen te veranderen.

De campagne is gericht op alle Europeanen, met een speciale focus op een aantal EU-lidstaten: Bulgarije, Griekenland, Italië, Polen, Portugal, Roemenië en Spanje. Naast materiaal in het Engels is er ook materiaal opgesteld in de talen van deze landen.

Wanneer wordt de campagne ingevoerd?

De campagne „Kunststoffen voor eenmalig gebruik” van de Europese Commissie is gelanceerd op 5  juni 2018, Wereldmilieudag, waarvan het thema dit jaar „Beat the plastic pollution” was. Elke week ligt de nadruk op één specifieke categorie producten van kunststof voor eenmalig gebruik, waaronder wattenstaafjes, plastic tasjes, koffiebekers en ‑deksels, plastic rietjes, plastic bestek, lolly- en snoeppapiertjes, en plastic flessen.